Alle mensen moeten sterven,
alle vlees vergaat als gras.
Wie vernieuwing wil beërven,
moet vergaan tot stof en as.
Maar dit lichaam zal genezen
van de dood om nieuw te wezen;
in Gods heerlijkheid geheeld,
die Hij met de zijnen deelt.
Daarom willen wij ons leven
als de Heer dat van ons vraagt,
helemaal uit handen geven,
nu Hij ons op handen draagt.
Ja, wij geven ons verloren,
uit verlies wordt winst geboren,
want het loon in deze nood
is de troost van Christus’ dood.
O Jeruzalem, hoe blinkend
als het zonlicht is uw glans;
waar lofzangen zuiver klinken
horen wij muziek en dans.
Visioenen breken open
van rechtvaardigen, zij lopen
in het witte hemelkleed,
tot de lof van God gereed.
In gezichten en in dromen,
aan de horizon der tijd,
is Gods dag nabijgekomen,
daagt een lichte eeuwigheid.
helder staat het ons voor ogen
dat de aarde wordt bewogen,
dat de hemel vreugde geeft,
vreugde die geen einde heeft.
