Amos 5:1-8
1 Luister naar mijn woorden, Israël, luister naar mijn klaaglied over jullie:
2 Ze is gevallen, vrouwe Israël, ze zal niet meer opstaan,
verlaten ligt ze op haar land, en er is niemand die haar opricht.
3 Dit zegt God, de HEER, over Israël: De stad die met duizend man ten strijde trekt houdt er maar honderd over; de stad die met honderd man ten strijde trekt maar tien. 4 Dit zegt de HEER tegen Israël: Zoek mij en leef! 5 Ga niet naar Betel, kom niet in Gilgal, trek niet naar Berseba; Gilgal gaat in ballingschap en Betel wordt een plaats van onheil. 6 Zoek de HEER en leef. Anders zal hij als een vuur woeden in het land van Jozef, de vlammen zullen Betel verteren, en er zal niemand zijn om te blussen. 7 Want jullie veranderen het recht in alsem en vertrappen de gerechtigheid.
8 De maker van de Plejaden en van Orion,
hij die de diepe duisternis in morgenlicht verandert en de dag tot nacht verduistert,
hij die het water van de zee bijeenroept en het uitstort over de aarde -
zijn naam is HEER.
